door Willem Visser

Onverwacht werden wij eind juli geconfronteerd met het overlijden van mijn oude motordienstmaat Klaas Broekman. Gedurende het grootste gedeelte van onze loopbaan waren Klaas en ik werkzaam bij de Motorbrigade van de afdeling Verkeerspolitie zoals het toen heette. Via de rang van hoofdagent werden wij daar brigadier, vervolgens adjudant en na de, voor ons laatste, reorganisatie inspecteur met als functie chef bureau Verkeerspolitie.

 

Het was een afdeling waar wij ons als een vis in het water voelden. Een hechte club van gemotiveerde motordienders waar wij leiding aan mochten geven. N.a.v. het overlijden van Klaas kreeg ik een mailtje van Kees Kats, ook al jaren werkzaam bij die club. Kees had, samen met de collega's Edwin Tamboer, Marco van Oosten en Michiel Ilmer het plan opgevat om Klaas ceremonieel vanaf zijn huis te begeleiden naar het crematorium aan de Maeterlinckweg te Rotterdam. Zij hadden contact opgenomen met de familie die een begeleiding zeer op prijs stelde. Afgesproken werd dat zij zo mogelijk een foto van die begeleiding naar mij toe zouden sturen, die ik dan samen met een bijgevoegd artikel naar de redactie van COPPER zou sturen. Op bijgevoegde foto is te zien dat deze collega's dit voortreffelijk hebben gedaan.

 

Het begeleiden van leden van het Koninklijk Huis, buitenlandse staatshoofden en andere zgn. hoogwaardigheidsbekleders, maakte toen deel uit van het takenpakket van de Verkeerspolitie en werd dan ook veelvuldig gedaan, vaak samen met collega's van de Rijkspolitie, waarbij wij de begeleiding binnen ons surveillancegebied voor onze rekening namen. Terugdenkend aan die tijd schoot mij een begeleiding te binnen die ik samen met Klaas had gedaan, namelijk tijdens de Marathon Rotterdam. Het was een dag waarop alle beschikbare motorrijders en motorfietsen werden ingezet om alles verkeerstechnisch in goede banen te leiden. Wat er o.a. moest gebeuren was het begeleiden van de touringcar met wedstrijdlopers die in een hotel aan de Dordtsestraatweg waren ondergebracht, naar de start. Dat was op een vroeg tijdstip waarop de meeste collega's nog niet in dienst waren. Klaas en ik besloten daarom dat voor onze rekening te nemen. Wij naar de garderobe in de kelder van het bureau Boezembocht om ons in het motorpak te hijsen. Onze kledingkasten stonden niet in hetzelfde gangetje. Toen ik mij stond om te kleden hoorde ik Klaas mompelen, steunen en zuchten. "Wat is er Klaas?" vroeg ik.  “Mijn motorbroek zit zo verrekte strak”, kreeg ik als antwoord.  Het was een bijna nieuwe lederen motorbroek die nauwelijks gedragen was. Nu wordt een lederen broek door veel dragen wel wat soepeler, maar ze zijn niet van elastiek. Uiteindelijk lukte het Klaas toch om zijn broek aan te krijgen. Vervolgens lopend en met de lift naar de hal waar de motorfietsen stonden. Dat ging gelukkig nog wel. Daarna een volgend probleem. Klaas kreeg, doordat die broek zo strak zat, zijn rechterbeen niet over het zadel. Ik hield daarop zijn motorfiets vast waarna hij met veel moeite zijn been over het zadel kon krijgen. Op naar de Dordtsestraatweg. De touringcar stond al voor de deur van het hotel geparkeerd en de chauffeur stond op z'n gemak er voor een sjekkie te roken. Klaas en ik hadden afgesproken dat ik ter plaatse als eerste af zou stappen om vervolgens zijn motorfiets vast te houden zodat hij af kon stappen. Dit laatste ging weer met kreunen en zuchten vergezeld. Wij hoorden die chauffeur toen zeggen: "Heb je zo'n last van je rug jongen?" Wij schoten hierop hard in de lach en toen we het verbijsterde gezicht van die chauffeur zagen, je lacht toch niet om zo iets, hebben wij hem de reden van onze reactie op zijn vraag verteld. Aan zijn gezicht te zien vond hij het toch wel een beetje vreemd.

 

Later die dag zijn Klaas en ik op een afstand van ca. 75 meter voor de spitsrijders, die voor de eerste lopers uit reden, gaan rijden. Op veel plaatsen langs het parcours stonden geen dranghekken maar wel veel publiek. Bij het naderen van de koplopers had het publiek de neiging om van de stoep de rijbaan op te lopen. Om dit te voorkomen reed Klaas rechts en ik links van de rijbaan. We hadden uit voorzorg de zijspiegels van de motorfietsen gehaald, reden vlak langs de stoeprand en duwden met de motorkuip het publiek weer de stoep op. Er stond veel op het spel, want de koplopers waren er op uit om het wereldrecord op de Marathon te verbeteren. Zij moesten daarbij uiteraard niet gehinderd worden door publiek op de rijbaan. Het lukte allemaal goed en we konden met z'n allen terugzien op een geslaagde dag. En, o ja, het motorpak van Klaas is die dag een stuk soepeler geworden.